Inspectierapport april 2017


De Bosbes (BSO)
Brigadelaan 13
9471MP Zuidlaren
Registratienummer 197107461
Toezichthouder: GGD Drenthe
In opdracht van gemeente: Tynaarlo
Datum inspectie: 21-03-2017
Type onderzoek : Jaarlijks onderzoek

Iinspectierapport buitenschoolse opvang jaarlijks onderzoek 21-03-2017
De Bosbes te Zuidlaren


Inhoudsopgave …………………………………………………………………………………………………. 2
Het onderzoek ………………………………………………………………………………………………. 3
Observaties en bevindingen ………………………………………………………………………………. 4
Overzicht getoetste inspectie-items ……………………………………………………………………… 9
Gegevens voorziening ……………………………………………………………………………………. 12
Gegevens toezicht ………………………………………………………………………………………… 12
Bijlage: Zienswijze houder kindercentrum …………………………………………………………….. 13
 

Inspectierapport buitenschoolse opvang jaarlijks onderzoek 21-03-2017
De Bosbes te Zuidlaren

Het onderzoek

Onderzoeksopzet
Dit onderzoek is uitgevoerd op grond van artikel 1.62 lid 2 van de Wet kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzalen. Het betreft een onaangekondigd jaarlijks onderzoek. Op basis van het risicogestuurd toezicht (RGT) zijn de inspectieactiviteiten binnen dit onderzoek bepaald. Deze inspectieactiviteiten richten zich primair op de kwaliteit van de dagelijkse praktijk, aangevuld met aandachtspunten uit vorige inspecties en nieuwe wetgeving.

Algemeen:
BSO de Bosbes is een kleinschalige BSO in een woonhuis. Er worden maximaal 6 kinderen gelijktijdig opgevangen. De houder is tevens de beroepskracht.
De BSO is open op maandag, dinsdag en donderdag.


Inspectiegeschiedenis:
BSO de Bosbes is geopend in december 2014. Er heeft op 16 februari 2015 een onderzoek na aanvangsdatum registratie plaatsgevonden. Tijdens dit onderzoek zijn geen tekortkomingen geconstateerd.
Op 28 januari 2016 heeft een jaarlijks onderzoek plaatsgevonden. Tijdens dit onderzoek zijn geen tekortkomingen geconstateerd
Bevindingen recente inspectie:
Op 21 maart 2017 heeft er een jaarlijks onderzoek plaatsgevonden.
Tijdens de inspectie is er gesproken met de houder, tevens beroepskracht. De houder stelde zich open en deskundig op. Voor verdere informatie wordt verwezen naar de toelichting van de betreffende domeinen.
Op de domeinen pedagogisch klimaat, veiligheid en gezondheid en ouderrecht is overleg en overreding toegepast. De houder heeft binnen de afgesproken termijn aan de voorwaarden voldaan.
De locatie voldoet aan de geïnspecteerde eisen uit de Wet Kinderopvang en kwaliteitseisen Peuterspeelzalen (WKO)
Advies aan College van B&W
Geen handhaving.

Inspectierapport buitenschoolse opvang jaarlijks onderzoek 21-03-2017
De Bosbes te Zuidlaren
Observaties en bevindingen
Pedagogisch klimaat
Inleiding:
Binnen dit domein zijn de volgende competenties geobserveerd en beoordeeld:
 De koppeling van het pedagogische beleid aan het handelen in de praktijk;
 emotionele veiligheid;
 persoonlijke competentie;
 sociale competentie;
 overdracht van normen en waarden.
Het handelen van de beroepskrachten met betrekking tot de vier pedagogische basisdoelen wordt beschreven aan de hand van observatie-items uit het Veldinstrument observatie kindercentrum.

Pedagogisch beleid
De houder heeft een eigen pedagogisch beleidsplan. Hierin staat de kenmerkende visie van de BSO beschreven. De houder vindt, naast het respect hebben voor elkaar, ook het spelen in de natuur van belang.
Tijdens het jaarlijks onderzoek is gebleken dat, in het pedagogisch beleidsplan, de activiteiten, die de houder met de kinderen onderneemt, niet beschreven stonden. Ook het beleid rond afnemen van extra dagdelen stond niet beschreven. Op dit punt is overleg en overreding toegepast. De houder heeft het aangepaste pedagogisch beleidsplan binnen de afgesproken termijn opgestuurd naar de toezichthouder.
Hiermee wordt voldaan aan de voorwaarden.

Pedagogische praktijk
De houder is houder en beroepskracht tegelijkertijd. Een exemplaar van het pedagogisch beleid ligt op de locatie en is in te zien via de website.
Tijdens het inspectiebezoek is er geobserveerd op de groep. Op basis van de observaties op de locatie constateert de toezichthouder dat er zorg wordt gedragen voor het waarborgen van de emotionele veiligheid van de kinderen, het stimuleren van de persoonlijke en sociale competenties van de kinderen en de overdracht van normen en waarden. Hierna zijn enkele voorbeelden beschreven waarop dit oordeel is gebaseerd.
De kinderen komen uit school, ze komen zelf op de fiets of zijn gehaald door de houder met de bakfiets. Bij binnenkomst doen ze uit zichzelf hun schoenen en jas uit. Ze gaan spelen in een deel van de huiskamer. Ze weten goed aan te geven tot waar ze mogen spelen en waar ze niet mogen spelen. Ook weten ze waar ze wel en niet mee mogen spelen (niet op de computer, bijvoorbeeld)
Als iedereen binnen is, wordt er nog even gespeeld. Vervolgens gaan de kinderen aan tafel om iets te drinken en om fruit te eten. Ondertussen verteld de houder dat ze veel naar het bos gaan of naar een speeltuin in de buurt. Ze gaan ook veel naar een volkstuintje. Daar hebben ze een eigen m2-bak. Ze mogen dan zelf bepalen welke groente ze er in willen verbouwen.
Onlangs heeft de houder met de kinderen een toneelstukje opgevoerd: ‘Wat doe je als je naar het toilet gaat’ Hiermee wil de houder de kinderen bewust laten worden van het handen wassen, na het toiletgebruik, het toilet netjes achterlaten, enz. De regels van de BSO wil ze op een positieve manier brengen. Af en toe wordt het toneelstukje weer besproken.

Inspectierapport buitenschoolse opvang jaarlijks onderzoek 21-03-2017
De Bosbes te Zuidlaren
Na het eten en drinken mogen de kinderen een activiteit gaan doen, de houder heeft een knutselactiviteit bedacht. De kinderen gaan liever buiten spelen, dat mag ook. De kinderen spelen op het grasveld voor het huis, ze spelen met tenten en buitenspeelgoed. Ze pakken het speelgoed zelf. De kinderen vragen aan de houder hoe ze de tent vast moeten zetten. de houder probeert de kinderen zelf met oplossingen te laten komen. Dat lukt.
Hiermee wordt voldaan aan de voorwaarden.

Gebruikte bronnen:
 Interview houder en/of locatieverantwoordelijke (gesprek met de houder, mw. Elting, op 21 maart 2017)
 Observaties (Tijdens het bezoek aan de locatie op 21 maart 2017)
 Website (www.bsodebosbes.nl)
 Pedagogisch beleidsplan (versien 4-10-2014)

Inspectierapport buitenschoolse opvang jaarlijks onderzoek 21-03-2017
De Bosbes te Zuidlaren
Personeel en groepen
Inleiding:
Binnen dit domein zijn zowel de beroepskrachten als het kantoorpersoneel steekproefsgewijs gecontroleerd op een passende beroepskwalificatie en een geldige verklaring omtrent het gedrag (VOG).
De beroepskracht-kindratio (BKR) en de stamgroepen zijn gecontroleerd door middel van roosters, plaatsingslijsten en presentielijsten. Beoordeeld is of de praktijk met de theorie overeenkomt.

Verklaring omtrent het gedrag
De VOG van de houder is op de locatie ingezien en beoordeeld. De VOG voldoet aan de voorwaarden. Vanwege de opvang in het woonhuis is er ook een VOG van de partner van de houder aanwezig. Deze VOG voldoet ook aan de voorwaarden.

Passende beroepskwalificatie
Het diploma van de houder, tevens werkzaam als beroepskracht op deze locatie, is op de locatie gezien en beoordeeld.
Het beoordeelde diploma voldoet aan de gestelde voorwaarden.

Opvang in groepen
Er is op de locatie één basisgroep aanwezig. De groep bestaat uit maximaal zes kinderen in de leeftijd van vier tot en met twaalf jaar oud.
Hiermee wordt voldaan aan de voorwaarden.

Beroepskracht-kindratio
De daglijsten van week 10, 11 en 12 zijn bekeken en beoordeeld. Op de daglijsten staat het aantal aanwezige kinderen vermeld en de leeftijd van de kinderen. Tevens zijn de personeelsroosters van die weken bekeken en beoordeeld.
Uit de daglijsten en de personeelsroosters is gebleken dat er, in week 10, 11 en 12, wordt voldaan aan het beroepskracht-kind-ratio.

Gebruikte bronnen:
 Interview houder en/of locatieverantwoordelijke (gesprek met de houder, mw. Elting, op 21 maart 2017)
 Observaties (Tijdens het bezoek aan de locatie op 21 maart 2017)
 Diploma beroepskracht (MDGO-AW)
 Verklaringen omtrent het gedrag (VOG houder: 13-10-2014; VOG partner: 25-11-2014)
 Presentielijsten (week 10, 11 en 12)
 Personeelsrooster (week 10, 11 en 12)

Inspectierapport buitenschoolse opvang jaarlijks onderzoek 21-03-2017
De Bosbes te Zuidlaren
Veiligheid en gezondheid
Inleiding:
Binnen dit domein is gekeken naar
 de risico-inventarisatie veiligheid en gezondheid (RIE)
 meldcode Kindermishandeling

Risico-inventarisatie veiligheid en gezondheid
De risico-inventarisatie veiligheid en gezondheid (RIVG) is uitgevoerd op 27 maart 2017, na het jaarlijks onderzoek, in overleg met de toezichthouder. Dit in verband met het ontbreken van een aantal onderdelen in de RIVG van 2016 en het ontbreken van een RIVG van 2015. Er is overleg en overreding toegepast en de nieuwe RIVG is binnen de afgesproken termijn naar de toezichthouder opgestuurd.
De RIVG is uitgevoerd door de houder. Er is gebruik gemaakt van de methode Veiligheidsmanagement, ontwikkeld door veiligheid.nl en de methode Gezondheidsmanagement, ontwikkeld door het Landelijk Centrum Hygiëne en Veiligheid.
De RIVG heeft betrekking op de situatie bij de huidige inspectie. De RIVG is uitgevoerd in alle voor kinderen toegankelijke ruimtes en op alle specifieke onderdelen.
De RIVG voldoet aan de voorwaarden.

Meldcode kindermishandeling
Tijdens het jaarlijks onderzoek is gebleken dat de houder beschikt over een verouderd document: het protocol Kindermishandeling, in plaats van de meldcode. Op dit punt is overleg en overreding toegepast. De houder heeft de meldcode binnen de afgesproken termijn naar de toezichthouder gemaild.
De houder heeft de meldcode Kindermishandeling vastgesteld. Ze weet hoe te handelen bij een vermoeden van kindermishandeling. De houder gaat een training volgen.
Hiermee wordt voldaan aan de voorwaarden.

Gebruikte bronnen:
 Interview houder en/of locatieverantwoordelijke (gesprek met de houder, mw. Elting, op 21 maart 2017)
 Observaties (Tijdens het bezoek aan de locatie op 21 maart 2017)
 Risico-inventarisatie veiligheid (27 maart 2017)
 Risico-inventarisatie gezondheid (27 maart 2017)
 Actieplan veiligheid (27 maart 2017)
 Actieplan gezondheid (27 maart 2017)
 Ongevallenregistratie
 Meldcode kindermishandeling

Inspectierapport buitenschoolse opvang jaarlijks onderzoek 21-03-2017
De Bosbes te Zuidlaren

Ouderrecht
Inleiding:
Binnen dit domein is beoordeeld hoe de houder de ouders en oudercommissie betrekt en informeert inzake het beleid.
Tevens is gekeken naar de klachtenprocedure van het kindercentrum en de aansluiting bij een geschillencommissie.

Informatie
De ouders worden geïnformeerd via de website. Omdat het een kleinschalige BSO is, wordt er veel gecommuniceerd via de app. Er is momenteel geen oudercommissie, de houder overlegt veel met alle ouders.
Tijdens het jaarlijks onderzoek is gebleken dat de houder een verouderde klachtenregeling hanteerde. Op dit punt is overleg en overreding toegepast. De houder heeft de klachtenregeling aangepast en binnen de afgesproken termijn toegestuurd naar de toezichthouder. De houder heeft de klachtenregeling nu op een juiste manier beschreven. In de klachtenregeling is een verwijzing naar de geschillencommissie opgenomen.
Hiermee wordt voldaan aan de voorwaarden.

Gebruikte bronnen:
 Interview houder en/of locatieverantwoordelijke (gesprek met de houder, mw. Elting, op 21 maart 2017)
 Website (www.bsodebosbes.nl)
 Klachtenregeling

Inspectierapport buitenschoolse opvang jaarlijks onderzoek 21-03-2017
De Bosbes te Zuidlaren

Overzicht getoetste inspectie-items
Pedagogisch klimaat Pedagogisch beleid
Het pedagogisch beleidsplan bevat in duidelijke en observeerbare termen een beschrijving van: de wijze waarop de emotionele veiligheid van kinderen wordt gewaarborgd, de mogelijkheden voor kinderen tot de ontwikkeling van hun persoonlijke- en sociale competentie en de wijze waarop de overdracht van normen en waarden aan kinderen plaatsvindt.
(art 1.50 lid 1 en 2 Wet kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzalen; art 5 lid 2 en 4 Besluit kwaliteit kinderopvang en peuterspeelzalen; art 7 lid 1 sub a Regeling kwaliteit kinderopvang en peuterspeelzalen)
Het pedagogisch beleidsplan bevat in duidelijke en observeerbare termen een beschrijving van de werkwijze, de maximale omvang en de leeftijdsopbouw van de basisgroep.
(art 1.50 lid 1 en 2 Wet kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzalen; art 5 lid 2 en 4 Besluit kwaliteit kinderopvang en peuterspeelzalen; art 7 lid 1 sub b Regeling kwaliteit kinderopvang en peuterspeelzalen) Pedagogische praktijk
De houder draagt zorg voor uitvoering van het pedagogisch beleidsplan.
(art 1.49 lid 1 en 1.50 lid 1 en 2 Wet kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzalen; art 5 lid 3 Besluit kwaliteit kinderopvang en peuterspeelzalen)
De houder draagt zorg voor het waarborgen van emotionele veiligheid.
(art 1.49 lid 1 en 1.50 lid 1 en 2 Wet kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzalen; art 5 lid 2, 3 en 4 Besluit kwaliteit kinderopvang en peuterspeelzalen; art 7 lid 1 sub a Regeling kwaliteit kinderopvang en peuterspeelzalen)
De houder draagt er zorg voor dat de kinderen de mogelijkheid krijgen om tot ontwikkeling van persoonlijke competentie te komen.
(art 1.49 lid 1 en 1.50 lid 1 en 2 Wet kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzalen; art 5 lid 2, 3 en 4 Besluit kwaliteit kinderopvang en peuterspeelzalen; art 7 lid 1 sub a Regeling kwaliteit kinderopvang en peuterspeelzalen)
De houder draagt er zorg voor dat de kinderen de mogelijkheid krijgen om tot ontwikkeling van sociale competentie te komen.
(art 1.49 lid 1 en 1.50 lid 1 en 2 Wet kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzalen; art 5 lid 2, 3 en 4 Besluit kwaliteit kinderopvang en peuterspeelzalen; art 7 lid 1 sub a Regeling kwaliteit kinderopvang en peuterspeelzalen)
De houder draagt zorg voor de overdracht van normen en waarden.
(art 1.49 lid 1 en 1.50 lid 1 en 2 Wet kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzalen; art 5 lid 2, 3 en 4 Besluit kwaliteit kinderopvang en peuterspeelzalen; art 7 lid 1 sub a Regeling kwaliteit kinderopvang en peuterspeelzalen)
Personeel en groepen Verklaring omtrent het gedrag
De houder en personen werkzaam bij de onderneming waarmee de houder het kindercentrum exploiteert zijn in het bezit van een verklaring omtrent het gedrag die is afgegeven na 1 maart 2013.
(art 1.50 lid 3 Wet kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzalen)
Een verklaring omtrent het gedrag van een persoon werkzaam bij de onderneming is vóór aanvang van de werkzaamheden bij het kindercentrum overgelegd en is op dat moment niet ouder dan twee maanden.
(art 1.50 lid 4 Wet kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzalen)

Inspectierapport buitenschoolse opvang jaarlijks onderzoek 21-03-2017
De Bosbes te Zuidlaren

Passende beroepskwalificatie
Alle beroepskrachten beschikken over een voor de werkzaamheden passende beroepskwalificatie zoals opgenomen in de meest recent aangevangen cao kinderopvang.
(art 1.50 lid 1 en 2 Wet kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzalen; art 3 lid 1 en 3 Besluit kwaliteit kinderopvang en peuterspeelzalen; art 4 lid 1 Regeling kwaliteit kinderopvang en peuterspeelzalen) Opvang in groepen

De opvang vindt plaats in basisgroepen.
(art 1.49 lid 1 en 1.50 lid 1 en 2 Wet kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzalen; art 5 lid 1 Besluit kwaliteit kinderopvang en peuterspeelzalen; art 6 lid 1 Regeling kwaliteit kinderopvang en peuterspeelzalen)
De basisgroep bestaat uit maximaal twintig kinderen in de leeftijd van 4 jaar tot de leeftijd waarop het basisonderwijs voor die kinderen eindigt.
(art 1.49 lid 1 en 1.50 lid 1 en 2 Wet kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzalen; art 4 lid 1 en 3 Besluit kwaliteit kinderopvang en peuterspeelzalen; art 6 lid 1 Regeling kwaliteit kinderopvang en peuterspeelzalen)
OF
De basisgroep bestaat uit maximaal dertig kinderen in de leeftijd van 8 jaar tot de leeftijd waarop het basisonderwijs voor die kinderen eindigt.
(art 1.49 lid 1 en 1.50 lid 1 en 2 Wet kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzalen; art 4 lid 1 en 3 Besluit kwaliteit kinderopvang en peuterspeelzalen; art 6 lid 2 Regeling kwaliteit kinderopvang en peuterspeelzalen) Beroepskracht-kindratio
De verhouding tussen het aantal beroepskrachten en het aantal feitelijk gelijktijdig aanwezige kinderen in de groep bedraagt ten minste: – 1 beroepskracht per 10 aanwezige kinderen in de leeftijd vanaf 4 jaar. – 1 beroepskracht per 10 aanwezige kinderen in de leeftijd vanaf 8 jaar. Bij kinderen van verschillende leeftijden in één groep wordt het minimale aantal beroepskrachten berekend met de rekentool op www.rijksoverheid.nl.
(art 1.49 lid 1 en 1.50 lid 1 en 2 Wet kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzalen; art 4 lid 2 en 3 Besluit kwaliteit kinderopvang en peuterspeelzalen; art 6 lid 3 en 5 Regeling kwaliteit kinderopvang en peuterspeelzalen)
OF
De verhouding tussen het aantal beroepskrachten en het aantal feitelijk gelijktijdig aanwezige kinderen in de groep bedraagt ten minste: – 2 beroepskrachten en een extra volwassene per 30 aanwezige kinderen in de leeftijd vanaf 8 jaar.
(art 1.49 lid 1 en 1.50 lid 1 en 2 Wet kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzalen; art 4 lid 2 en 3 Besluit kwaliteit kinderopvang en peuterspeelzalen; art 6 lid 4 en 5 Regeling kwaliteit kinderopvang en peuterspeelzalen)
Minstens de helft van het aantal vereiste beroepskrachten wordt ingezet wanneer er tijdelijk wordt afgeweken van de beroepskracht-kindratio.
(art 1.49 lid 1 en 1.50 lid 1 en 2 Wet kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzalen; art 4 lid 2 en 3 Besluit kwaliteit kinderopvang en peuterspeelzalen; art 6 lid 8 Regeling kwaliteit kinderopvang en peuterspeelzalen)
Veiligheid en gezondheid Risico-inventarisatie veiligheid en gezondheid
De houder heeft een risico-inventarisatie veiligheid betreffende de actuele situatie.
(art 1.49 lid 1 en 1.50 lid 1 en 2 en 1.51 Wet kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzalen; art 2 lid 1 Besluit kwaliteit kinderopvang en peuterspeelzalen; art 2 lid 5 Regeling kwaliteit kinderopvang en peuterspeelzalen; art 5 lid 3 sub f Besluit registers kinderopvang, buitenlandse kinderopvang en peuterspeelzaalwerk)
In het plan van aanpak geeft de houder aan welke maatregelen op welk moment zijn, respectievelijk worden genomen in verband met de veiligheidsrisico’s, alsmede de samenhang tussen de veiligheidsrisico’s en de maatregelen.
(art 1.49 lid 1 en 1.50 lid 2 en 1.51 Wet kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzalen; art 2 lid 1 sub b Besluit kwaliteit kinderopvang en peuterspeelzalen

Inspectierapport buitenschoolse opvang jaarlijks onderzoek 21-03-2017
De Bosbes te Zuidlaren

De houder heeft een risico-inventarisatie gezondheid betreffende de actuele situatie.
(art 1.49 lid 1 en 1.50 lid 1 en 2 en 1.51 Wet kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzalen; art 2 lid 1 Besluit kwaliteit kinderopvang en peuterspeelzalen; art 2 lid 5 Regeling kwaliteit kinderopvang en peuterspeelzalen; art 5 lid 3 sub f Besluit registers kinderopvang, buitenlandse kinderopvang en peuterspeelzaalwerk)
In het plan van aanpak geeft de houder aan welke maatregelen op welk moment zijn respectievelijk worden genomen in verband met de gezondheidsrisico’s, alsmede de samenhang tussen de gezondheidsrisico’s en de maatregelen.
(art 1.49 lid 1 en 1.50 lid 2 en 1.51 Wet kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzalen; art 2 lid 1 sub b Besluit kwaliteit kinderopvang en peuterspeelzalen) Meldcode kindermishandeling

De houder heeft een meldcode kindermishandeling vastgesteld die ten minste de volgende elementen bevat: – een stappenplan voor het omgaan met signalen van huiselijk geweld of kindermishandeling; – toebedeling van verantwoordelijkheden aan de diverse personeelsleden bij de stappen; – specifieke aandacht voor bijzondere vormen van geweld; – specifieke aandacht voor de wijze waarop personeel moet omgaan met vertrouwelijke gegevens.
(art 1.51a lid 1, 2, 3 en 5 Wet kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzalen; art 2a Besluit kwaliteit kinderopvang en peuterspeelzalen)
De houder bevordert de kennis en het gebruik van de meldcode.
(art 1.51a lid 4 Wet kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzalen)
De houder handelt overeenkomstig de wettelijke meldplicht en bevordert de kennis en het gebruik ervan.
(art 1.51b en 1.51c Wet kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzalen)

Ouderrecht Informatie
De houder brengt de klachtenregeling, alsmede wijzigingen daarvan, op passende wijze onder de aandacht van ouders.
(art 1.57b lid 3 Wet kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzalen)
De houder brengt de mogelijkheid om geschillen aan de geschillencommissie voor te leggen op passende wijze onder de aandacht van ouders.
(art 1.57c lid 2 Wet kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzalen)

Inspectierapport buitenschoolse opvang jaarlijks onderzoek 21-03-2017
De Bosbes te Zuidlaren

Gegevens voorziening
Opvanggegevens
Naam voorziening
: De Bosbes
Aantal kindplaatsen
: 6
Gegevens houder
Naam houder
: Mariël Boerrigter
KvK nummer
: 01135593
Aansluiting geschillencommissie
: Ja
Gegevens toezicht
Gegevens toezichthouder (GGD)
Naam GGD
: GGD Drenthe
Adres
: Postbus 144
Postcode en plaats
: 9400AC ASSEN
Telefoonnummer
: 0592-306300
Onderzoek uitgevoerd door
:
A.M. Buigholt
Gegevens opdrachtgever (gemeente)
Naam gemeente
: Tynaarlo
Adres
: Postbus 5
Postcode en plaats
: 9480AA VRIES
Planning
Datum inspectie
: 21-03-2017
Opstellen concept inspectierapport
: 12-04-2017
Vaststelling inspectierapport
:
Verzenden inspectierapport naar houder
:
Verzenden inspectierapport naar gemeente
:
Openbaar maken inspectierapport
:

Concept inspectierapport buitenschoolse opvang jaarlijks onderzoek 21-03-2017
De Bosbes te Zuidlaren
Bijlage: Zienswijze houder kindercentrum
De zienswijze betreft een reactie van de houder op de inhoud van het inspectierapport.
De houder heeft geen gebruik gemaakt van de gelegenheid een zienswijze in te dienen.