Inspectierapport
De Bosbes (BSO)
Brigadelaan 13
9471 MP Zuidlaren

Datum inspectie: 27-10-2020
Datum vaststelling inspectierapport: 09-11-2020


Inhoudsopgave
Het onderzoek …………………………………………………………………………………………………….. 3
Onderzoeksopzet ………………………………………………………………………………………………. 3
Beschouwing ……………………………………………………………………………………………………. 3
Advies aan College van B&W ………………………………………………………………………………… 3
Observaties en bevindingen …………………………………………………………………………………….. 4
Pedagogisch klimaat …………………………………………………………………………………………… 4
Personeel en groepen …………………………………………………………………………………………. 6
Overzicht getoetste inspectie-items …………………………………………………………………………… 8
Pedagogisch klimaat …………………………………………………………………………………………… 8
Personeel en groepen …………………………………………………………………………………………. 8
Gegevens voorziening …………………………………………………………………………………………… 11
Opvanggegevens ……………………………………………………………………………………………… 11
Gegevens houder ……………………………………………………………………………………………… 11
Gegevens toezicht ……………………………………………………………………………………………….. 11
Gegevens toezichthouder (GGD) …………………………………………………………………………… 11
Gegevens opdrachtgever (gemeente) …………………………………………………………………….. 11
Planning ………………………………………………………………………………………………………… 11
Bijlage: Zienswijze houder kindercentrum ………………………………………………………………….. 13

Dit onderzoek is uitgevoerd op grond van artikel 1.62 lid 2 van de Wet kinderopvang. Het betreft een onaangekondigd jaarlijks onderzoek.
Dit jaarlijks onderzoek heeft de toezichthouder gedaan op basis van risicogestuurd toezicht.
De GGD’en in Nederland werken volgens een model voor risicogestuurd toezicht. Dit doen zij om meer maatwerk bij het toezicht in de kinderopvang mogelijk te maken. Uitgebreider onderzoek waar nodig, minder uitgebreid waar mogelijk.

Beschouwing
De toezichthouder concludeert dat zowel het beleid als de praktijk in orde is. De inspectie heeft buiten plaatsgevonden.

Algemene kenmerken
BSO De Bosbes in een kleinschalige buitenschoolse opvang met plaats voor maximaal 6 kinderen in de leeftijd van 4 tot 12 jaar. De BSO is gevestigd bij het woonhuis van de houder. Zij is tevens beroepskracht.

Onderzoeksgeschiedenis
In 2017, 2018 en 2019 werd er voldaan aan de getoetste voorwaarden.

Bevindingen op hoofdlijnen
De toezichthouder heeft gesprekken gevoerd met de houder, zij is tevens de beroepskracht. De houder heeft de gevraagde documenten naar de toezichthouder opgestuurd.

BSO De Bosbes voldoet tijdens dit onderzoek aan de getoetste voorwaarden van de Wet kinderopvang en aanverwante regelgeving.
Advies aan College van B&W
Geen handhaving.


Definitief inspectierapport buitenschoolse opvang jaarlijks onderzoek 27-10-2020
De Bosbes te Zuidlaren
Observaties en bevindingen Pedagogisch klimaat
De houder moet aan de volgende eisen voldoen:
De houder moet een pedagogisch beleid hebben. In het pedagogisch beleid beschrijft de houder duidelijk hoe hij zorgt voor verantwoorde kinderopvang. Verantwoorde kinderopvang betekent: Het bieden van emotionele veiligheid, het stimuleren van de persoonlijke en sociale vaardigheden en de overdracht van waarden en normen. Ook beschrijft hij onderwerpen zoals de indeling en grootte van de groepen, de inzet van beroepskrachten, het mentorschap en het wenbeleid.
De houder is er verantwoordelijk voor dat de beroepskrachten handelen volgens het pedagogisch beleid.
Hieronder staat de beoordeling van de toezichthouder met een beschrijving van wat er bekeken, gelezen en/of besproken is.

Pedagogisch beleid
De houder heeft een pedagogisch beleidsplan. Dit plan beschrijft de manier van werken op de locatie. De inhoud van de plannen voldoet aan de voorwaarden.
De toezichthouder heeft tijdens het onderzoek met de houder gesproken. Zij is tevens de beroepskracht. Het pedagogisch beleid wordt jaarlijks doorgenomen en indien nodig bijgesteld.
Conclusie:
Het pedagogisch beleidsplan voldoet aan de getoetste eisen.

Pedagogische praktijk
Voor het bieden van verantwoorde buitenschoolse opvang moet de houder rekening houden met de ontwikkelingsfase waarin de kinderen zich bevinden. Dit betekent het in een veilige en gezonde omgeving bieden van emotionele veiligheid aan kinderen, het bevorderen van persoonlijke en sociale competenties van kinderen en de socialisatie van kinderen door overdracht van algemeen aanvaarde waarden en normen. Dit zijn de vier pedagogische basisdoelen van Riksen-Walraven. Deze basisdoelen staan ook in het Veldinstrument Observatie Pedagogische Praktijk. Dit veldinstrument gebruikt de toezichthouder om de pedagogische praktijk te beoordelen.
Tijdens de observatie is gekeken naar de pedagogische kwaliteit op de groep tijdens het buitenspelen. Hieronder volgt een aantal voorbeelden uit de observatie.

Emotionele veiligheid
De beroepskrachten hebben een vertrouwde relatie met de kinderen
De beroepskracht kent de kinderen goed. Als de kinderen op de draaimolen willen draait zij de draaimolen. De kinderen lachen enthousiast, de beroepskracht geeft aan “als het te hard gaat dan zeggen jullie het wel he?” Ze weet dat een van de kinderen snel duizelig wordt en als het kind aangeeft “ik wil er af”, stopt ze de draaimolen meteen en staat achter het kind als het eraf wil stappen.
De beroepskrachten communiceren met de kinderen
De beroepskracht stelt de toezichthouder voor aan de kinderen en legt uit wat ze komt doen. De kinderen moeten lachen als ze horen dat de voornamen van de beroepskracht en toezichthouder op elkaar lijken.

Definitief inspectierapport buitenschoolse opvang jaarlijks onderzoek 27-10-2020
De Bosbes te Zuidlaren
De beroepskracht legt dingen uit: een van de kinderen vraagt of ze fruit mee heeft genomen om te picknicken, de beroepskracht legt uit dat het nu geen weer meer is om te gaan picknicken en dat ze straks op de BSO fruit gaan eten.

Persoonlijke competentie
Kinderen hebben de mogelijkheid om ervaringen op te doen dankzij de groep, spelmateriaal, activiteitenaanbod en inrichting
De beroepskracht legt uit hoe hun middag er op de BSO uit ziet. Kinderen kiezen samen waar ze gaan spelen: na school spelen ze ongeveer een uur buiten, in een speeltuin, het bos of bij de kinderboerderij. Daarna gaan ze naar de BSO.
Een kind vraagt of de beroepskracht hem kan helpen, want er zit iets in zijn schoen. De beroepskracht stelt voor: “ga maar even op mijn knie zitten, want dan kan je het zelf even doen”.
De beroepskracht vertelt dat ze de natuur belangrijk vindt als onderdeel van haar werkwijze: ze gaat graag met de kinderen het bos in, ze vindt het mooi om te zien hoe kinderen daar vol fantasie spelen met takken, schors en bladeren. Ze laat de kinderen ook zelf ervaren wat ze kunnen en helpt als ze er om vragen. Ook in het speeltuintje willen de kinderen ergens op klimmen. Een meisje kan het zelf, de andere twee proberen eerst elkaar te helpen maar vragen daarna hulp van de beroepskracht. Als ze er bovenop zitten doet ze een paar stappen achteruit. De jongste vraagt hulp bij eraf klimmen. Ze leert hem hoe hij er veilig af kan komen en geeft een complimentje “ik sta er wel bij maar je hebt het helemaal zelf gedaan hoor, goed zo!”

Sociale competentie
De beroepskrachten ondersteunen de kinderen in hun onderlinge interactie
De beroepskracht vertelt dat de kinderen samen kiezen waar ze gaan spelen na school: Speeltuin, bos of de kinderboerderij.
De kinderen willen ergens op klimmen: een meisje lukt het meteen, de twee anderen niet. Ze helpen elkaar en als het niet lukt dan vragen ze de beroepskracht om hulp.
In de bladerenbult spelen de kinderen dat ze een zwaard hebben: het ene kind heeft een stok en de andere een groot blad. De beroepskracht loopt naar de kinderen toe en vraagt: “wat denk je dat er gebeurt als jij slaat, met de stok en als jij slaat met het blad?” De kinderen worden op deze manier uitgedaagd om na te denken over wat hun gedrag voor gevolgen kan hebben.
Overdracht van normen en waarden
Afspraken, regels en omgangsvormen zijn herkenbaar aanwezig en worden toegepast
Tijdens de observatie komen regels en afspraken ter sprake:
 Er wordt afgesproken tot waar de kinderen mogen spelen
 Een van de kinderen roept de beroepskracht, ze herinnert hem er aan dat ze even aan het praten is, ze komt zo bij hem.
Conclusie:
Er wordt voldaan aan de getoetste wettelijke voorwaarden. Uit de pedagogische observatie is gebleken dat de beroepskrachten tijdens het onderzoek handelen volgens het pedagogisch beleidsplan en aansluiten bij het ontwikkelingsniveau van de kinderen.
Gebruikte bronnen
 Interview houder en/of locatieverantwoordelijke
 Observatie(s)
 Pedagogisch beleidsplan (versie 28-12-2019)

Definitief inspectierapport buitenschoolse opvang jaarlijks onderzoek 27-10-2020
De Bosbes te Zuidlaren

Personeel en groepen
De houder moet aan de volgende eisen voldoen:
Binnen de buitenschoolse opvang is het verplicht om de kinderen op te vangen in vaste basisgroepen. Er moet voldoende personeel op elke groep zijn. Hoeveel beroepskrachten nodig zijn, is afhankelijk van het aantal kinderen en hun leeftijd.
Elke beroepskracht moet een geldig diploma hebben en ingeschreven staan in het Personenregister Kinderopvang. Een pedagogisch beleidsmedewerker begeleidt de beroepskrachten in hun werk.
Hieronder staat de beoordeling van de toezichthouder met een beschrijving van wat er bekeken, gelezen en/of besproken is.
Verklaring omtrent het gedrag en personenregister kinderopvang
Tijdens dit jaarlijkse onderzoek is gecontroleerd of de houder, tevens beroepskracht en andere structureel aanwezigen een geldige VOG hebben en of ze aan de houder zijn gekoppeld in het PRK.
Alle gecontroleerde medewerkers zijn gekoppeld in het PRK en hebben een geldige VOG.
Conclusie:
Er wordt voldaan aan de getoetste voorwaarden.

Opleidingseisen
De houder heeft een diploma dat voldoet aan de eisen. Er is geen ander personeel.
Conclusie:
Er wordt voldaan aan de getoetste voorwaarden voor opleidingseisen.
Aantal beroepskrachten en eisen aan de inzet van beroepskrachten in opleiding en stagiaires
Tijdens de inspectie was er één beroepskracht met drie kinderen aanwezig. De BKR voldoet op dat moment.
BSO Bosbes heeft maximaal 6 kinderen met één beroepskracht, de BKR voldoet.
Conclusie
De houder voldoet aan de getoetste voorwaarden voor het aantal beroepskrachten.

Inzet pedagogisch beleidsmedewerkers
De houder is tevens de pedagogisch beleidsmedewerker.
De houder laat zien hoe coaching wordt ingezet. De houder is aangesloten bij een intervisie groep, een van de leden is haar coach. Het minimaal aantal uren inzet is bepaald op grond van de rekenregels in het besluit.
Daarnaast heeft de houder inzichtelijk gemaakt hoe coaching is gepland voor 2020. Door corona zal een deel online plaatsvinden. De berekeningen en de totale som aan ureninzet zijn aannemelijk bevonden.


Definitief inspectierapport buitenschoolse opvang jaarlijks onderzoek 27-10-2020
De Bosbes te Zuidlaren
Conclusie:
Er wordt voldaan aan de getoetste voorwaarden voor de inzet van de pedagogisch beleidsmedewerker.

Stabiliteit van de opvang voor kinderen
De kinderen worden tijdens het onderzoek in een basisgroep opgevangen. De maximale groepsgrootte is 6 kinderen in de leeftijd van 4-12 jaar.
Conclusie:
De houder voldoet aan de getoetste voorwaarden voor stabiliteit van de opvang voor kinderen.
Gebruikte bronnen
 Interview houder en/of locatieverantwoordelijke
 Personenregister Kinderopvang
 Diploma/kwalificatie beroepskracht
 Presentielijsten
 Pedagogisch beleidsplan (versie 28-12-2019)
 Diploma/kwalificatie pedagogisch beleidsmedewerker(s)
 Overzicht inzet pedagogisch beleidsmedewerker(s)

Definitief inspectierapport buitenschoolse opvang jaarlijks onderzoek 27-10-2020
De Bosbes te Zuidlaren
Overzicht getoetste inspectie-items Pedagogisch klimaat Pedagogisch beleid
Het kindercentrum beschikt over een pedagogisch beleidsplan. De houder van een kindercentrum draagt er zorg voor dat in de buitenschoolse opvang conform het pedagogisch beleidsplan wordt gehandeld.
(art 1.49 lid 1 en 2, 1.50 lid 1 en 2 Wet kinderopvang; art 12 lid 1 Besluit kwaliteit kinderopvang)

Pedagogische praktijk
In het kader van het bieden van verantwoorde buitenschoolse opvang, draagt de houder van een kindercentrum er in ieder geval zorg voor dat, rekening houdend met de ontwikkelingsfase waarin kinderen zich bevinden: a. op een sensitieve en responsieve manier met kinderen wordt omgegaan, respect voor de autonomie van kinderen wordt getoond en grenzen worden gesteld aan en structuur wordt geboden voor het gedrag van kinderen, zodat kinderen zich emotioneel veilig en geborgen kunnen voelen; b. kinderen spelenderwijs worden uitgedaagd in de ontwikkeling van hun motorische vaardigheden, cognitieve vaardigheden, taalvaardigheden en creatieve vaardigheden, teneinde kinderen in staat te stellen steeds zelfstandiger te functioneren in een veranderende omgeving; c. kinderen worden begeleid in hun interacties, waarbij hen spelenderwijs sociale kennis en vaardigheden worden bijgebracht, teneinde kinderen in staat te stellen steeds zelfstandiger relaties met anderen op te bouwen en te onderhouden; d. kinderen worden gestimuleerd om op een open manier kennis te maken met de algemeen aanvaarde waarden en normen in de samenleving met het oog op een respectvolle omgang met anderen en een actieve participatie in de maatschappij.
(art 1.49 lid 1 en 2 en 1.50 lid 1 en 2 Wet kinderopvang; art 11 Besluit kwaliteit kinderopvang)

Personeel en groepen Verklaring omtrent het gedrag en personenregister kinderopvang
In het bezit van een verklaring omtrent het gedrag zijn: a. de houder of voorgenomen houder van een kindercentrum; b. de personen die op basis van een arbeidsovereenkomst met de houder of met een uitzendorganisatie tijdens opvanguren werkzaam zijn dan wel zullen zijn op de locatie van een onderneming waarmee de houder een kindercentrum exploiteert en waar kinderen worden opgevangen; c. de personen die op basis van een andere overeenkomst met de houder structureel tijdens opvanguren werkzaam zijn of zullen zijn op de locatie waarmee de houder exploiteert en waar kinderen worden opgevangen; d. de personen die uit hoofde van hun functie toegang hebben of zullen hebben tot informatie over de kinderen die worden opgevangen; e. de personen van 18 jaar en ouder die op het woonadres waar een kindercentrum is gevestigd hun hoofdverblijf hebben of zullen hebben dan wel die structureel tijdens opvanguren aanwezig zijn of zullen zijn op het kindercentrum, gevestigd op een woonadres. Voor zover het natuurlijke personen betreft is eenieder als bedoeld in de onderdelen a tot en met e ingeschreven in het personenregister kinderopvang.

Definitief inspectierapport buitenschoolse opvang jaarlijks onderzoek 27-10-2020
De Bosbes te Zuidlaren
(art 1.50 lid 3 Wet kinderopvang)
Na inschrijving van een persoon als bedoeld in artikel 1.50 derde lid van de wet in het personenregister kinderopvang en na koppeling met de houder van een kindercentrum kan de persoon zijn werkzaamheden aanvangen.
(art 1.48d lid 3 en 1.50 lid 4 Wet kinderopvang)

Opleidingseisen
Beroepskrachten beschikken over een passende opleiding zoals opgenomen in de meest recent aangevangen cao Kinderopvang en cao Sociaal Werk. Een beroepskracht meertalige buitenschoolse opvang beschikt daarbij over een bewijsstuk waaruit blijkt dat hij de Duitse, Engelse of Franse taal voor de deelvaardigheden gesprekken voeren, lezen, luisteren en spreken beheerst op ten minste niveau B2 van het Europees Referentiekader (ERK) voor talen.
(art 1.50 lid 1 en 2 Wet kinderopvang; art 15 lid 1 en 2 Besluit kwaliteit kinderopvang; art 9a lid 1 en 2 Regeling Wet kinderopvang)
Pedagogisch beleidsmedewerkers beschikken over een voor de werkzaamheden passende opleiding zoals opgenomen in de meest recent aangevangen cao Kinderopvang en cao Sociaal Werk.
(art 1.50 lid 1 en 2 Wet kinderopvang; art 15 lid 3 en 4 Besluit kwaliteit kinderopvang; 9a lid 3 Regeling Wet kinderopvang)

Aantal beroepskrachten en eisen aan de inzet van beroepskrachten in opleiding en stagiaires
De houder van een kindercentrum zet voldoende beroepskrachten in voor het aantal kinderen dat wordt opgevangen, met dien verstande dat: – de verhouding tussen het minimaal aantal in te zetten beroepskrachten en het aantal aanwezige kinderen in een basisgroep wordt bepaald op grond van tabel 2 in bijlage 1, onderdeel b, bij het besluit kwaliteit kinderopvang en de daarbij behorende rekenregels; – Indien kinderen bij een activiteit zoals beschreven in het pedagogisch beleidsplan de basisgroep verlaten, leidt dit niet tot een verlaging van het totaalaantal minimaal op of, indien de activiteit buiten het kindercentrum plaatsvindt, vanuit het kindercentrum in te zetten beroepskrachten, ten opzichte van de situatie direct voorafgaand aan de activiteit; – in afwijking hiervan op grond van het Besluit kwaliteit kinderopvang art.16 lid 4 minder beroepskrachten zijn ingezet.
(art 1.49 lid 1 en 1.50 lid 1 en 2 Wet kinderopvang; art 16 lid 1, 2, 3 en 4 Besluit kwaliteit kinderopvang)

Inzet pedagogisch beleidsmedewerkers
De houder van het kindercentrum zet de pedagogisch beleidsmedewerker voor het coachen van beroepskrachten bij de uitvoering van hun werkzaamheden en de totstandkoming en implementatie van pedagogische beleidsvoornemens voor het vereiste aantal uren in. Het minimaal aantal uren inzet wordt jaarlijks bepaald op grond van de rekenregels in het besluit.
(art 1.50 lid 1 en 2 Wet kinderopvang; art 17 lid 1 en 2 Besluit kwaliteit kinderopvang)
De houder van een kindercentrum bepaalt jaarlijks, indien hij meer dan één kindercentrum exploiteert, de wijze waarop hij het verplichte minimaal aantal uren waarvoor pedagogisch beleidsmedewerkers worden ingezet, verdeelt over de verschillende kindercentra en legt dit schriftelijk vast zodat dit inzichtelijk is voor de beroepskrachten en ouders. De houder geeft de verdeling zodanig vorm dat iedere beroepskracht jaarlijks coaching ontvangt in de uitvoering van de werkzaamheden.
(art 1.50 lid 1 en 2 Wet kinderopvang; art 17 lid 3 Besluit kwaliteit kinderopvang)

Definitief inspectierapport buitenschoolse opvang jaarlijks onderzoek 27-10-2020
De Bosbes te Zuidlaren

Stabiliteit van de opvang voor kinderen
Bij buitenschoolse opvang vindt de opvang plaats in basisgroepen. Een kind wordt opgevangen in één basisgroep. De maximale grootte van de basisgroep wordt bepaald op grond van tabel 2 in bijlage 1, onderdeel b van het Besluit kwaliteit kinderopvang.
(art 1.50 lid 1 en 2 Wet kinderopvang; art 18 lid 1, 2, 3 en 4 Besluit kwaliteit kinderopvang)

Definitief inspectierapport buitenschoolse opvang jaarlijks onderzoek 27-10-2020
De Bosbes te Zuidlaren
Gegevens voorziening
Opvanggegevens
Naam voorziening
: De Bosbes
Vestigingsnummer KvK
: 000001135593
Aantal kindplaatsen
: 6
Gegevens houder
Naam houder
: Mariël Boerrigter
KvK nummer
: 01135593
Aansluiting geschillencommissie
: Ja
Gegevens toezicht
Gegevens toezichthouder (GGD)
Naam GGD
: GGD Drenthe
Adres
: Postbus 144
Postcode en plaats
: 9400 AC ASSEN
Telefoonnummer
: 0592-306300
Onderzoek uitgevoerd door
:
M. Booij
Gegevens opdrachtgever (gemeente)
Naam gemeente
: Tynaarlo
Adres
: Postbus 5
Postcode en plaats
: 9480 AA VRIES
Planning
Datum inspectie
: 27-10-2020
Opstellen concept inspectierapport
: 28-10-2020
Zienswijze houder
: 06-11-2020
Vaststelling inspectierapport
: 09-11-2020
Verzenden inspectierapport naar houder
: 09-11-2020
Verzenden inspectierapport naar gemeente
: 09-11-2020
Openbaar maken inspectierapport
: 09-11-2020
12 van 13
Definitief inspectierapport buitenschoolse opvang jaarlijks onderzoek 27-10-2020
De Bosbes te Zuidlaren
13 van 13
Definitief inspectierapport buitenschoolse opvang jaarlijks onderzoek 27-10-2020
De Bosbes te Zuidlaren
Bijlage: Zienswijze houder kindercentrum
De zienswijze betreft een reactie van de houder op de inhoud van het inspectierapport.
De houder gaat akkoord met het rapport.